Een overlijdensrisicoverzekering is in de kern simpel. Je verzekert een bedrag dat wordt uitgekeerd als je overlijdt binnen de looptijd.
Overlijd je niet binnen die periode, dan keert de verzekering niets uit. Daar is hij ook voor bedoeld: hij vangt een risico op, hij is geen spaarpot.
Met de uitkering kan je partner een deel van de hypotheek aflossen. Dat verlaagt de maandlast, zodat hij of zij in het huis kan blijven wonen.
De premie hangt af van je leeftijd, je gezondheid, of je rookt, het verzekerde bedrag en de looptijd.
Stel, jullie hebben samen 300.000 euro hypotheek. Jullie verzekeren elk 150.000 euro, zodat de ander dat bij overlijden kan aflossen.
Overlijdt een van jullie, dan lost de achterblijver die 150.000 euro af. De hypotheek is dan dus gehalveerd, en de maandlast een flink stuk lager.
Zo hoeft niemand het huis uit puur door geldzorgen op een toch al zwaar moment.
Vaak niet, maar bij een hogere hypotheek ten opzichte van de woningwaarde vragen sommige geldverstrekkers er wel om, afhankelijk van je situatie. Ook zonder verplichting kan het verstandig zijn.
Het is geen goed, geen fout. Het hangt af van je gezin, je buffer en je wensen. Ik reken graag met je door wat in jouw geval logisch is.
Niet altijd. Sommige geldverstrekkers vragen erom, vaak afhankelijk van hoe hoog je leent ten opzichte van de woningwaarde. Ook zonder verplichting kan het verstandig zijn.
Dat hangt af van je hypotheek, je inkomen en wat de achterblijver nodig heeft. Soms is de volledige hypotheek nodig, soms een deel. Ik reken het graag met je door.
Omdat leeftijd, gezondheid, roken, het verzekerde bedrag en de looptijd allemaal meewegen. Premies verschillen ook per verzekeraar, dus vergelijken loont vaak.