Bij een annuïteitenhypotheek los je in 30 jaar je hele hypotheek af. Je betaalt elke maand een vast bedrag: rente en aflossing bij elkaar.
In het begin zit daar veel rente in en een klein stukje aflossing. Naarmate je schuld daalt, betaal je minder rente en los je juist meer af.
Het bedrag dat je overmaakt blijft al die tijd gelijk, tenminste bruto. Netto kan het anders liggen, want over je rente heb je vaak aftrek, en die rente wordt elk jaar kleiner. Daardoor lopen je netto lasten in de loop van de jaren vaak wat op, afhankelijk van je situatie.
Stel, je sluit een hypotheek van 300.000 euro tegen 4% rente. Je bruto maandlast is dan zo'n 1.430 euro, elke maand precies hetzelfde.
In het eerste jaar is daarvan ongeveer 1.000 euro rente en 430 euro aflossing. Tien jaar later is die verhouding gedraaid: minder rente, meer aflossing.
Dus je maakt elke maand hetzelfde bedrag over, maar het stukje dat je aflost groeit langzaam. Zo bouw je gestaag schuld af en dus overwaarde op.
Een annuïteitenhypotheek is de meest gekozen vorm. Hij is aantrekkelijk als je in het begin een wat lagere maandlast wilt dan bij een lineaire hypotheek.
Het is geen goed, geen fout. Het hangt af van je budget en je plannen. Wil je juist sneller aflossen, dan kan lineair beter passen.
Omdat je elk jaar minder rente betaalt, en over die rente krijg je vaak aftrek. Minder rente betekent dan vaak minder aftrek, afhankelijk van je situatie. De regels kunnen veranderen.
Nee. Maar voor nieuwe hypotheken is aflossen, annuïtair of lineair, vaak de voorwaarde om recht op hypotheekrenteaftrek te houden, afhankelijk van je situatie.
Meestal wel, vaak boetevrij tot een deel per jaar. Dat verlaagt je schuld en je rente. Hoeveel boetevrij mag, verschilt per geldverstrekker.