Als je een aanmerkelijk belang hebt in je bv, meestal 5% of meer van de aandelen, zie de Belastingdienst je als DGA. En een DGA moet zichzelf een salaris uitkeren.
Dat verplichte minimumsalaris heet gebruikelijk loon. Het idee erachter: je mag jezelf niet te weinig uitbetalen om belasting te ontlopen.
De Belastingdienst stelt daarvoor jaarlijks een richtbedrag vast. In 2026 ligt dat rond de 56.000 euro, al kan het per situatie hoger uitvallen als dat bij jouw functie past.
Voor een hypotheek is dit loon vaak het cijfer dat een bank als eerste ziet. Maar het is het startpunt, niet het hele verhaal.
Stel, je keert jezelf het gebruikelijk loon uit van 56.000 euro. Je bv draait goed en er blijft structureel winst achter.
Een bank die alleen je loonstrook pakt, rekent met 56.000. Maar de winst die in je bv zit, telt bij die berekening niet mee.
Terwijl je verdiencapaciteit hoger ligt. Een geldverstrekker die daar wél naar kijkt, neemt de bestendige winst en dividendruimte aanvullend mee.
Veel ondernemers houden hun gebruikelijk loon zo laag als mag. Fiscaal kan dat slim zijn, want over dat loon betaal je inkomstenbelasting.
Voor een hypotheek voelt dat als een nadeel. Maar dat hoeft het niet te zijn, want je salaris is niet je enige inkomen.
Ik zeg altijd: kijk niet alleen naar je loonstrook, maar naar je hele structuur. Daar zit vaak meer ruimte dan een standaard berekening laat zien.
Er geldt een jaarlijks richtbedrag, in 2026 rond de 56.000 euro, maar het kan hoger liggen als dat bij je functie past. De exacte regels lopen via je boekhouder en de Belastingdienst.
Meestal niet. Een geldverstrekker die goed naar je bv kijkt, telt naast je loon ook bestendige winst en dividendruimte mee. Je loon verhogen kost je juist meer belasting.
Het is het startpunt. Voor je toetsinkomen kan er meer meewegen dan alleen dit loon, afhankelijk van je bv-cijfers en de geldverstrekker.