Heb je een eigen woning, dan ziet de Belastingdienst dat als een soort inkomen. Daarom tel je een bedrag bij je inkomen op: het eigenwoningforfait.
Dat is een klein percentage van de WOZ-waarde van je huis. Over dat bedrag betaal je belasting, je maakt het niet apart over.
In de meeste gevallen is het forfait een stuk lager dan de rente die je mag aftrekken. Onder de streep houd je dan vaak nog steeds voordeel, afhankelijk van je situatie.
Stel, je woning heeft een WOZ-waarde van 400.000 euro. Het forfait is een klein percentage daarvan, in dit voorbeeld zo'n 1.400 euro.
Dat bedrag tel je bij je inkomen op, en daarover betaal je belasting. Je betaalt dus geen 1.400 euro, maar belasting over dat bedrag.
Tegelijk trek je je hypotheekrente af, en die is vaak veel hoger. Dus per saldo weegt de aftrek meestal zwaarder dan het forfait, afhankelijk van je situatie.
Het forfait en de hypotheekrenteaftrek horen bij elkaar. Je telt het forfait op bij je inkomen, en je trekt de hypotheekrente eraf.
Bij de meeste mensen is de rente hoger dan het forfait, dus houd je voordeel. De percentages worden af en toe aangepast, dus de exacte uitkomst verschilt per jaar en per situatie.
Nee, je maakt niets los over. Je telt het bedrag bij je inkomen op in je belastingaangifte en betaalt er belasting over.
Meestal niet. Bij de meeste woningen is de aftrekbare rente hoger dan het forfait, waardoor je per saldo voordeel houdt, afhankelijk van je situatie.
Dan kan het forfait zwaarder gaan wegen, omdat je weinig of geen rente meer aftrekt. Er bestaat een regeling voor die gevallen, waarvan de invulling in de loop van de tijd kan veranderen.