Als ondernemer verdien je niet elk jaar hetzelfde. Het ene jaar draait beter dan het andere.
Een geldverstrekker wil daarom niet naar één jaar kijken. Dat zou te veel toeval kunnen zijn.
Daarom pakken ze meestal een periode van drie jaar. Ze tellen je winst of inkomen van die jaren bij elkaar op en delen door drie.
Wat daaruit komt, is je 3-jaars gemiddelde. Dat is vaak het startpunt voor je toetsinkomen, het bedrag waarmee gerekend wordt voor je maximale hypotheek.
Stel, je bent drie jaar zelfstandig. Je winst was 45.000, daarna 55.000, en vorig jaar 65.000.
Bij elkaar is dat 165.000. Gedeeld door drie is dat dus 55.000 euro gemiddeld.
Met dat bedrag wordt dan een eerste berekening gemaakt. Zit er een stijgende lijn in? Dan is soms een weging mogelijk waarbij de recente jaren zwaarder tellen, en kan het bedrag hoger uitvallen.
Drie jaar is de standaard, maar geen wet. Ook met één of twee jaar cijfers is een hypotheek vaak al mogelijk, afhankelijk van je situatie en de geldverstrekker.
En niet elke partij rekent hetzelfde. De een houdt strak vast aan het gemiddelde, de ander kijkt soepeler naar de lijn die je cijfers laten zien.
Niet altijd. Bij een aantal geldverstrekkers kan het met één of twee jaar cijfers ook, afhankelijk van je situatie en hoe je cijfers eruitzien.
Dat kan, maar één mindere jaar is niet meteen een probleem. Vaak is er ruimte om uit te leggen wat er speelde en hoe het er nu voor staat.
Nee. Het is een indicatie en een startpunt. Per geldverstrekker kan er anders naar gekeken worden. Ik reken het graag concreet voor je door.