De inkomstenbelasting in Nederland is verdeeld in drie boxen. Voor ondernemers met een bv zijn vooral box 2 en box 3 belangrijk.
Box 2 gaat over je aanmerkelijk belang. Dat heb je als je 5% of meer van de aandelen in een bv bezit, dus als DGA. Keer je dividend uit, dan valt dat inkomen in box 2.
Box 3 gaat over je vermogen. Denk aan spaargeld, beleggingen en bijvoorbeeld een tweede woning die je verhuurt. Over dat vermogen betaal je in box 3 belasting.
Kort gezegd: box 2 is inkomen uit je aandelen, box 3 is belasting over je vermogen.
Voor je hypotheek maakt het uit in welke box iets valt.
Keer je dividend uit, dan komt dat via box 2 en kan het als inkomen meetellen voor je hypotheek. Een aflossingsvrije hypotheek of een tweede woning kan juist in box 3 terechtkomen.
Dat heeft gevolgen. Een eigen woning met hypotheek zit meestal in box 1, met renteaftrek. Maar een deel dat niet als eigen woning geldt, kan naar box 3 verschuiven, en dan werkt de aftrek anders.
Stel, je keert 30.000 euro dividend uit vanuit je bv. Dat inkomen valt in box 2 en kan meetellen bij je hypotheek.
Daarnaast koop je een tweede woning om te verhuren. Die woning en de bijbehorende schuld vallen dan meestal in box 3.
Twee verschillende boxen dus, met elk hun eigen regels. Voor de hypotheek is het belangrijk om vooraf te weten waar wat landt, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.
Je eigen woning met hypotheek valt meestal in box 1, met hypotheekrenteaftrek. Een aflossingsvrij deel of een tweede woning kan in box 3 vallen, waar andere regels gelden.
Dividend uit box 2 kan meetellen, mits je het bestendig uitkeert en je bv de ruimte heeft. Of en hoeveel meeweegt, hangt af van je situatie en de geldverstrekker.
Niet per se. Voor een aflossingsvrije hypotheek of een verhuurde tweede woning kan box 3 juist logisch zijn. Het hangt af van je plannen. De fiscale kant stem je af met je boekhouder.